ECLI:NL:PHR:2012:BY2803

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02149
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 27 SrArt. 81 ROArt. 80a RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid woningdoorzoeking en verwerpt bewijsuitsluiting

De verdachte werd door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet. Hij kreeg een voorwaardelijke geldboete van €450,-, subsidiair 9 dagen hechtenis met een proeftijd van twee jaar.

Tegen dit arrest stelde de advocaat van de verdachte een cassatiemiddel in dat zich richtte op de verwerping van een beroep op bewijsuitsluiting, waarbij werd betoogd dat de woningdoorzoeking onrechtmatig was geweest. De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht evident kansloos was, omdat de verwerping van het bewijsuitsluitingsverzoek voldoende begrijpelijk was gemotiveerd.

De conclusie van de procureur-generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad vond geen gronden om het arrest van het gerechtshof te vernietigen, waarmee de veroordeling en de rechtmatigheid van de doorzoeking definitief werden bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van de verdachte wordt bevestigd.

Conclusie

Nr. 11/02149
Mr. Vegter
Zitting 9 oktober 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. De verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 6 april 2011 wegens "Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod" veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 450,-, subsidiair 9 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro.
2. Namens de verdachte heeft mr. M.C. van der Want, advocaat te Middelburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel, dat klaagt over de verwerping van een beroep op bewijsuitsluiting en het daarin besloten liggende oordeel dat de woning van de verdachte rechtmatig is doorzocht, is evident kansloos omdat die verwerping geenszins onbegrijpelijk gemotiveerd is.(1) Het middel kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO Pro ontleende motivering. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest behoren te leiden
4. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Dit soort klachten kunnen in de toekomst worden afgedaan met art. 80a RO, vgl. HR 11 september 2012, LJN BX7004, rov. 2.3.2.