ECLI:NL:HR:2012:BY3884
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W. Ilsink
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beschikking VAR-Loon door Hoge Raad in geschil over VAR-DGA
Belanghebbende, een tandarts met een aanmerkelijk belang in een vennootschap, vroeg voor 2008 een Verklaring arbeidsrelatie (VAR) aan. Hij kwalificeerde zijn werkzaamheden als directeur-grootaandeelhouder (VAR-DGA). De inspecteur gaf een beschikking VAR-Loon op basis van artikel 3.156 Wet IB 2001, wat belanghebbende aanvocht.
De rechtbank vernietigde de inspecteursbeschikking en stelde deze nader vast als VAR-DGA volgens artikel 3.157 Wet IB 2001. Het hof vernietigde vervolgens het deel van de uitspraak waarin de beschikking nader werd vastgesteld, maar bevestigde de rest. De staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest.
De Hoge Raad oordeelde dat de inspecteur bevoegd is om op een aanvraag VAR-DGA een beschikking VAR-Loon te geven op grond van artikel 3.156 Wet IB 2001. Het hof had ten onrechte geoordeeld dat een beschikking op grond van artikel 3.156 niet kan worden gegeven in plaats van een beschikking op grond van artikel 3.157. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard omdat geen belang bestond bij vernietiging van het hofarrest.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt de bevoegdheid van de inspecteur om een VAR-Loon beschikking te geven op een aanvraag VAR-DGA.