ECLI:NL:PHR:2012:BY3884
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid inspecteur tot afgifte andere VAR-beschikking dan aangevraagd en rechterlijke toetsing
Deze zaak betreft een formeel geschil over de aanvraag en afgifte van een Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) door een aanmerkelijkbelanghouder, een tandarts die zijn werkzaamheden verricht via zijn BV. Belanghebbende vroeg een VAR-dga aan, maar de inspecteur gaf een VAR-loon af. De rechtbank wijzigde dit in een VAR-dga, maar het hof verklaarde het hoger beroep van de inspecteur ongegrond op de grond dat de inspecteur niet bevoegd was een andere soort VAR af te geven dan aangevraagd.
De Hoge Raad stelt centraal de vraag of de inspecteur gebonden is aan de door de aanvrager gewenste soort VAR en of de rechter een afgegeven VAR kan wijzigen in een andere soort. Uit de Awb volgt dat een aanvraag gericht moet zijn op een specifieke beschikking, maar de wetsgeschiedenis en jurisprudentie tonen dat de inspecteur op basis van de feiten en omstandigheden zelfstandig moet beoordelen welke soort VAR passend is.
De Hoge Raad concludeert dat de inspecteur niet verplicht is uitsluitend de door de aanvrager gewenste VAR-soort af te geven, maar ook een andere soort mag verstrekken. De rechter kan deze keuze toetsen en zonodig wijzigen. Het afgeven van een andere VAR dan aangevraagd moet niet worden gezien als een weigering van de gevraagde VAR waartegen bezwaar mogelijk is. De zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke beoordeling van de juiste VAR-soort.
De uitspraak verduidelijkt de procedurele bevoegdheden bij VAR-aanvragen en versterkt de rechtszekerheid door te bevestigen dat de inspecteur en rechter een zelfstandige rol hebben bij de beoordeling van de arbeidsrelatie en de juiste fiscale kwalificatie daarvan.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de inspecteur een andere soort VAR-beschikking mag afgeven dan aangevraagd en dat de rechter deze beslissing kan toetsen en wijzigen.