ECLI:NL:HR:2012:BY3954

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/01200
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen uitspraak administratieve rechter

Verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo, sector bestuursrecht, betreffende een geschil over sociale voorzieningen verbonden aan het dienstverband van zijn vader bij het voormalig Koninklijk Nederlands-Indisch Leger.

De Hoge Raad verwijst naar art. 78 lid 2 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering (RO), dat bepaalt dat de Hoge Raad geen kennis neemt van cassatieberoepen tegen uitspraken van rechtbanken in hun hoedanigheid als administratieve rechter, tenzij bij wet anders is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen de onderhavige uitspraak.

Het Reglement van inwendige dienst van de Hoge Raad, waarop verzoeker zich beroept, schept geen bevoegdheid tot cassatie maar regelt slechts welke kamer de zaak behandelt. Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk.

De beschikking is gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp en Polak, en in het openbaar uitgesproken door Van Oven op 23 november 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens uitsluiting van cassatie tegen uitspraken van administratieve rechtbanken.

Uitspraak

23 november 2012
Eerste Kamer
12/01200
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
t e g e n
MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN,
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de Minister.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de uitspraak in de zaak 06/1459 WET van de rechtbank Almelo van 1 juni 2007.
De uitspraak van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de uitspraak van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Minister heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in cassatie.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
[Verzoeker] heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo, sector bestuursrecht.
Het betreft hier een uitspraak in een zaak waarvan de rechtbank als administratieve rechter heeft kennis genomen.
Op grond van art. 78 lid 2 RO Pro neemt de Hoge Raad geen kennis van het beroep in cassatie dat is ingesteld tegen uitspraken van de rechtbanken in zaken waarvan zij als administratieve rechter kennis nemen. Weliswaar maakt art. 78 lid 4 RO Pro hierop een uitzondering 'voorzover dit bij wet is bepaald', maar er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo, sector bestuursrecht, als de onderhavige, die is gedaan in een geschil betreffende de toekenning van sociale voorzieningen uit hoofde van het dienstverband van [verzoeker]'s vader bij het voormalig Koninklijk Nederlands-Indisch Leger.
Anders dan [verzoeker] aanvoert, schept het Reglement van inwendige dienst van de Hoge Raad geen bevoegdheid, maar bepaalt het uitsluitend welke kamer van de Hoge Raad de zaak behandelt.
[Verzoeker] is derhalve niet-ontvankelijk in zijn beroep.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 23 november 2012.