ECLI:NL:HR:2012:BY6905
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt woonplaats Nederland en kwade trouw bij navorderingsaanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende, een Nederlandse staatsburger die sinds 1982 niet meer in Nederland stond ingeschreven, was directeur en enig aandeelhouder van een Engelse vennootschap die personeel naar Nederland detacheerde. Voor de jaren 2000-2002 werden navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar en beroep in eerste aanleg deels werden vernietigd en deels gehandhaafd.
Het gerechtshof oordeelde dat belanghebbende op grond van feiten en omstandigheden als binnenlandse belastingplichtige in Nederland woonde, ondanks dat hij ook als inwoner van Spanje werd aangemerkt volgens het belastingverdrag Nederland-Spanje. Het hof stelde vast dat belanghebbende grote bedragen aan zijn vennootschap had onttrokken, die als dividend moesten worden aangemerkt, en dat hij kwade trouw kon worden verweten omdat hij de Inspecteur opzettelijk informatie had onthouden.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat belanghebbende in Nederland woonde en dat de navorderingsaanslagen terecht waren opgelegd wegens kwade trouw. Het cassatieberoep van belanghebbende en de Staatssecretaris werden ongegrond verklaard, waarbij de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten. De Hoge Raad oordeelde dat het niet doen van aangifte niet kan worden verweten, maar dat het niet verstrekken van informatie over de dividenduitkeringen wel kwalificeert als kwade trouw.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de cassatieberoepen ongegrond en bevestigt dat belanghebbende in Nederland woonde en kwade trouw kan worden verweten bij het niet doen van volledige aangifte.