ECLI:NL:HR:2013:1033

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 oktober 2013
Publicatiedatum
24 oktober 2013
Zaaknummer
12/04800
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt dat vennootschap vorderingsgerechtigd is en wijst cassatieberoep af

In deze zaak heeft eiseres cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 3 juli 2012, waarin werd bevestigd dat de vennootschap vorderingsgerechtigd is. De procedure doorliep meerdere instanties, waaronder de rechtbank Roermond en het gerechtshof, waarbij diverse vonnissen en arresten zijn gewezen. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad overwoog dat de klachten van eiseres niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was op grond van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde eiseres in de kosten van het cassatiegeding, die nihil werden begroot aan de zijde van de wederpartij.

Deze uitspraak bevestigt de rechtspraak van lagere instanties en benadrukt het belang van de stelplicht en de bewijsvoering bij de vorderingsgerechtigdheid van vennootschappen in civiele procedures. De zaak illustreert de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het aannemen van cassatiegronden die niet bijdragen aan rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

25 oktober 2013
Eerste Kamer
nr. 12/04800
RM/NH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
t e g e n
INALFA ROOF SYSTEMS B.V.,
gevestigd te Venray,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en IRS.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 86068/HA ZA 08-258 van de rechtbank Roermond van 11 juni 2008, 3 december 2008 en 24 maart 2010;
b. de arresten in de zaak HD 200.076.901 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 december 2010 en 3 juli 2012.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 3 juli 2012 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen IRS is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van25 september 2013 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van IRS begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
25 oktober 2013.