Uitspraak
[X] ltdte
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 2 april 2013, nr. SGR 12/4682, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2012 opgelegde aanslag in de zuiveringsheffing.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een aanslag zuiveringsheffing over 2012. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende meerdere malen schriftelijk verzocht het griffierecht te voldoen, maar deze verzoeken werden niet beantwoord en de betaling bleef uit. De brieven werden aanvankelijk aangetekend verzonden maar wegens onbestelbaarheid teruggezonden en daarna per gewone post verstuurd.
Na adresverificatie en herhaalde pogingen tot contact bleef belanghebbende in gebreke. Op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb Pro is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad acht geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten.
Het arrest is op 25 oktober 2013 door de Hoge Raad gewezen met C. Schaap als voorzitter en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra als leden. De uitspraak bevestigt het belang van tijdige betaling van griffierechten voor ontvankelijkheid van cassatieberoepen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.