Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
29 oktober 2013.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 2 december 2011 in een strafzaak. Namens de verdachte heeft mr. M.L. Plas een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot een verbeterde lezing van de kwalificatie, het schrappen van artikel 304 Sr Pro en verwerping van het beroep voor het overige. De verdediging heeft hier schriftelijk op gereageerd.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het middel, dat niet klaagt over de bewezenverklaring van het onderdeel "zijn levensgezel", niet tot cassatie kan leiden. Dit oordeel behoeft geen nadere motivering omdat het middel niet leidt tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 29 oktober 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen door de Hoge Raad.