Conclusie
middel
De feiten
Het standpunt van de officier van justitie
Het standpunt van de verdediging
Beoordeling door de rechtbank
In het onderhavige geval kan uit de bewijsoverwegingen in het (in zoverre bevestigde) Promis-vonnis van de rechtbank met betrekking tot de verhouding tussen de verdachte en de aangeefster bijvoorbeeld wel worden opgemaakt dat de verdachte met de aangeefster wilde trouwen en dat de bewezenverklaarde feiten plaatsvonden naar aanleiding van de ruzie die ontstond toen de aangeefster aangaf dat zij wenste dat de verdachte eerst in therapie zou gaan wegens zijn agressieve buien. Maar een voorgenomen huwelijk, als daarvan in het onderhavige geval gelet op die daaraan verbonden voorwaarde al kan worden gesproken, zou ik toch niet op één lijn willen stellen met een reeds bestaande relatie tussen de verdachte en de aangeefster die qua aard en hechtheid vergelijkbaar is met die tussen echtgenoten of geregistreerde partners. Meer gegevens over de aard en hechtheid van de relatie is uit de bewijsoverweging niet te destilleren. Daardoor schiet het bewijs tekort. [14]