De zaak betreft een vordering van de curator tot aansprakelijkheid van een voormalig bestuurder wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, met name vanwege overschrijding van de publicatietermijn van de jaarstukken van drie vennootschappen in faillissement.
De rechtbank en het hof hadden de vordering afgewezen, waarbij het hof oordeelde dat de overschrijding van de termijn voor publicatie van de jaarstukken van Verify Europe met ruim zes maanden een onbelangrijk verzuim was. Dit oordeel baseerde het hof op de korte duur van de overschrijding en een plausibele verklaring van de bestuurder dat de accountant door een due diligence-onderzoek vertraging had opgelopen.
De Hoge Raad stelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door de overschrijding slechts te betrekken op de periode dat de bestuurder beleidsbepaler was, terwijl de gehele periode van overschrijding moet worden betrokken. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor herbeoordeling, met inachtneming van de juiste rechtsopvatting omtrent bestuurdersaansprakelijkheid en onbelangrijk verzuim.
Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat bij overschrijding van de publicatietermijn de stelplicht en bewijslast bij de bestuurder liggen en dat de beoordeling van onbelangrijk verzuim afhangt van de omstandigheden, met hogere eisen naarmate de termijnoverschrijding langer is.
De Hoge Raad veroordeelt de verweerder tevens in de kosten van het cassatieproces.