Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
2 juli 2013.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 12 juli 2011 in een strafzaak. Het cassatieberoep is ingediend door de advocaat van de verdachte, mr. J. Boksem, die een middel van cassatie heeft voorgesteld. De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren J. Wortel en N. Jörg, en uitgesproken op 2 juli 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, arrest Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.