Conclusie
Nadere bewijsoverweging
NJ2008/440 en de doorwrochte conclusie van mijn voormalig ambtgenoot Vellinga, die aan dit arrest voorafgaat. [3] Voorts verdient opmerking dat uit bepaalde omstandigheden die aannemelijk zijn geworden – bijvoorbeeld wanneer de verdachte ten tijde van het ongeval in verontschuldigbare onmacht verkeerde – kan volgen dat van schuld in vorenbedoelde zin niet kan worden gesproken. [4]
NJ2005/252, m.nt. Knigge, waar de verdachte op een tweebaansweg met een snelheid van ongeveer 80 km per uur in een flauwe bocht plotseling en zonder enige aanleiding op de andere weghelft terechtkwam en in botsing kwam met een op die andere weghelft rijdende tegenligger. Zodanig verkeersgedrag kan volgens de Hoge Raad in beginsel de gevolgtrekking dragen dat de verdachte zich aanmerkelijk onoplettend en/of onachtzaam heeft gedragen en dat het verkeersongeval aan verdachtes schuld in de zin van art. 6 WVW Pro 1998 te wijten is. Tot eenzelfde oordeel kwam de Hoge Raad in zijn arrest van 11 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY4835,
NJ2013/32, waarbij een bestuurder met ongeveer 80 kilometer per uur een dubbel doorgetrokken streep op de as van een tweebaansweg met zijn gehele auto had overschreden en met de voorzijde van zijn auto in botsing was gekomen met een tegenligger. [5]
NJ2001/329 heeft de Hoge Raad in verband met art. 6 WVW Pro 1994 overwogen dat lichamelijk letsel als zwaar is te beschouwen wanneer dat voldoende belangrijk is om naar gewoon spraakgebruik als zodanig te worden aangeduid..
NJ2020/200, m.nt. Wolswijk onderstreept de Hoge Raad, dat in lijn met de wetsgeschiedenis in de rechtspraak van de Hoge Raad is vooropgesteld dat art. 82 Sr Pro de rechter de vrijheid laat om ook buiten de door de Hoge Raad genoemde gevallen het lichamelijk letsel als zwaar te beschouwen wanneer dat voldoende belangrijk is om naar normaal spraakgebruik als zodanig te worden aangeduid. De Hoge Raad overweegt in dit overzichtsarrest verder dat voor de beantwoording van de vraag of sprake is van zwaar lichamelijk letsel, als algemene gezichtspunten de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel worden aangemerkt. [6] De beoordeling kan, aldus de Hoge Raad, ook op een combinatie van deze gezichtspunten worden gebaseerd, terwijl bij een veelvoud van verwondingen in voorkomende gevallen de beoordeling kan worden betrokken op de verwondingen in hun totaliteit. Indien sprake is van een zodanige (bot)fractuur dat operatief ingrijpen van een zekere ernst is vereist, geldt in de regel dat die fractuur, vanwege onder meer de noodzaak en de aard van medisch ingrijpen, zwaar lichamelijk letsel vormt. Overigens kan, in relatie tot de hier genoemde alsook andersoortige vormen van letsel, relevant medisch ingrijpen ook bestaan uit een andere medische behandeling dan operatief ingrijpen. [7] Het oordeel van de feitenrechter dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel kan in cassatie slechts in beperkte mate worden getoetst. De cassatierechter zal slechts ingrijpen als uit de bestreden beslissing onvoldoende blijkt over de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel. [8]
NJ2006/105 dat uit de aard van het letsel en de geschatte duur van de genezing door het hof kon worden afgeleid dat het letsel een zodanige verstoring van het lichamelijk functioneren van het slachtoffer had teweeggebracht dat sprake was van tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden. Blijkens HR 11 oktober 2005,
VR2006/133 kan uit de vaststelling van pijn of verwondingen niet zonder meer worden afgeleid dat het slachtoffer tijdelijk ziek is geweest of verhinderd is geweest in de normale bezigheden. [12]