ECLI:NL:HR:2013:1082

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 november 2013
Publicatiedatum
31 oktober 2013
Zaaknummer
12/05082
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:204 lid 3 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vervangende toestemming rechtbank tot erkenning kind en kosten DNA-onderzoek

In deze zaak stond de vraag centraal of de vervangende toestemming van de rechtbank tot erkenning van een kind, zoals bedoeld in artikel 1:204 lid 3 BW Pro, rechtmatig was verleend. De vrouw had tegen het besluit van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld, waarbij zij de bevestiging van de vervangende toestemming en de toewijzing van de kosten van DNA-onderzoek aanvecht.

De feiten betreffen meerdere beschikkingen van rechtbanken en het gerechtshof te ’s-Gravenhage en Dordrecht, waarin de erkenning van het kind en de daarbij behorende procedurele aspecten zijn behandeld. De bijzondere curator over de minderjarige heeft geen verweerschrift ingediend, en de Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat de klachten geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro is geen nadere motivering vereist.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het oordeel van het gerechtshof. Hiermee blijft de vervangende toestemming van de rechtbank tot erkenning van het kind en de regeling omtrent de DNA-onderzoekskosten in stand.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de vervangende toestemming tot erkenning van het kind blijft in stand.

Uitspraak

1 november 2013
Eerste Kamer
nr. 12/05082
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende op een geheim adres,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J.F.M. van Weegberg,
t e g e n
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.K. van der Brugge,
Belanghebbende in cassatie:
Mr. R.N. Baldew, in haar hoedanigheid van bijzonder curator over de hierna te noemen minderjarige,
kantoorhoudende te ’s-Gravenhage,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 79659 / FA RK 09-7349 79662/FA RK 09-7350 en 79663 / FA RK 09-7351 van de rechtbank Dordrecht van 11 maart 2009;
b. de beschikkingen in de zaak 333543 FA RK 09-2290 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 26 maart 2009, 14 september 2009, 17 mei 2010 en 20 juni 2011;
c. de beschikkingen in de zaak 200.091.102/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 22 februari 2012 en 1 augustus 2012.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof van 1 augustus 2012 heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De bijzondere curator over de minderjarige [de minderjarige] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsherenA.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de
raadsheer M.A. Loth op
1 november 2013.