ECLI:NL:HR:2013:1087

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 november 2013
Publicatiedatum
1 november 2013
Zaaknummer
13/02911
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onvoldoende belang bij contributiegeschil brancheorganisatie

In deze zaak vordert Continental Automaten B.V. cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake een geschil over contributiebetaling aan de brancheorganisatie Van-Speelautomaten Branche-Organisatie. De verweerster is niet verschenen in cassatie. De Procureur-Generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO).

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten van de rechtbank en het gerechtshof en stelt vast dat de klachten van de eiseres geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de eiseres klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt Continental in de kosten van het cassatiegeding, met uitzondering van de kosten aan de zijde van Van-Speelautomaten Branche-Organisatie die op nihil worden begroot.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Streefkerk (voorzitter), Snijders en Polak en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth op 1 november 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Continental wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang.

Uitspraak

1 november 2013
Eerste Kamer
nr. 13/02911
RM/NH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
CONTINENTAL AUTOMATEN B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid VAN-SPEELAUTOMATEN BRANCHE-ORGANISATIE,
gevestigd te Rosmalen,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Continental en VAN.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 476686/HA ZA 10-3826 van de rechtbank Amsterdam van 23 februari 2011 en 18 mei 2011;
b. de arresten in de zaak 200.091.872/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 23 augustus 2011 en 18 december 2012.
Het arrest van het hof van 18 december 2012 is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 18 december 2012 heeft Continental beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen VAN is verstek verleend.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid op de voet van art. 80a RO.
De advocaat van Continental heeft bij brief van 3 oktober 2013 op dit standpunt gereageerd.

3.Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;
veroordeelt Continental in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van VAN begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
1 november 2013.