Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid
4.Beslissing
1 november 2013.
Hoge Raad
In deze zaak vordert Continental Automaten B.V. cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake een geschil over contributiebetaling aan de brancheorganisatie Van-Speelautomaten Branche-Organisatie. De verweerster is niet verschenen in cassatie. De Procureur-Generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO).
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten van de rechtbank en het gerechtshof en stelt vast dat de klachten van de eiseres geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de eiseres klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt Continental in de kosten van het cassatiegeding, met uitzondering van de kosten aan de zijde van Van-Speelautomaten Branche-Organisatie die op nihil worden begroot.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Streefkerk (voorzitter), Snijders en Polak en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth op 1 november 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Continental wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang.