ECLI:NL:HR:2013:1092

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 november 2013
Publicatiedatum
4 november 2013
Zaaknummer
13/01705
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6:6 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen en boeteschikkingen

Belanghebbenden, waaronder [X1] B.V. en [X2], hadden beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam betreffende naheffingsaanslagen omzetbelasting, navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2003 tot en met 2006.

De Hoge Raad wees erop dat klachten die na de termijn voor het indienen van het beroepschrift in cassatie waren ingediend, niet in behandeling worden genomen. De klachten die wel tijdig waren ingediend, konden niet leiden tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad oordeelde dat geen gronden aanwezig waren om proceskosten aan de zijde van de Staat toe te wijzen. Het beroep in cassatie werd derhalve ongegrond verklaard.

Het arrest werd uitgesproken door raadsheren E.N. Punt (voorzitter), R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout op 1 november 2013.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

1 november 2013
nr. 13/01705
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X1] B.V.en
[X2]te
[Z](hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 21 februari 2013, nrs. 11/00568, 11/00569, 11/00570, 11/00571, 11/00572 en 11//00574, op de hoger beroepen van belanghebbenden tegen uitspraken van de Rechtbank te Haarlem (nrs. AWB 10/812, AWB 10/1355, AWB 10/1552, AWB 10/1707, AWB 10/1915 en AWB 10/2796) betreffende de aan [X1] B.V. over de periode 1 januari 2003 tot en met 31 december 2005 opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting en de daarbij gegeven boeteschikkingen, de aan [X1] B.V. over de jaren 2004, 2005 en 2006 opgelegde navorderingsaanslagen in de vennootschapsbelasting en de daarbij voor het jaar 2006 gegeven boetebeschikking, alsmede de aan [X2] voor het jaar 2005 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbenden hebben tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

2.1.
Op klachten, aan de Hoge Raad ter kennis gebracht na afloop van de termijn voor het indienen van een beroepschrift in cassatie - of, indien voor het motiveren van een beroepschrift op de voet van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een termijn is gesteld: na afloop van die termijn - slaat de Hoge Raad geen acht. De door belanghebbende eerst bij de conclusie van repliek in cassatie aangevoerde klachten blijven derhalve buiten behandeling.
2.2.
De overige klachten kunnen evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 1 november 2013.