Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
5 november 2013.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 25 juli 2012 in een strafzaak. Namens verdachte heeft mr. B. van Elst middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop mr. N. van Schaik schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof bevestigd. Het arrest is gewezen door de raadsheren B.C. de Savornin Lohman (voorzitter), W.F. Groos en Y. Buruma, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 5 november 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen en het arrest van het Gerechtshof bevestigd.