Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 7 februari 2013, nr. 12/00418, betreffende na te melden ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking.
Hoge Raad
Belanghebbende, een Duitse tandarts die in Nederland in dienst trad, verzocht om toepassing van de 30%-regeling. De Inspecteur wees het verzoek af omdat volgens hem de specifieke deskundigheid van belanghebbende niet schaars aanwezig was op de Nederlandse arbeidsmarkt. De Rechtbank Haarlem vernietigde deze afwijzing en gaf belanghebbende gelijk, maar het Hof Amsterdam herstelde de afwijzing.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of er sprake was van schaarste aan tandartsen op de Nederlandse arbeidsmarkt ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst. Het Hof baseerde zich op een rapport van het Capaciteitsorgaan en concludeerde dat er slechts regionale tekorten waren en dat de schaarste onvoldoende was voor toepassing van de regeling.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het rapport ook aangaf dat zonder instroom van buitenlandse tandartsen een tekort zou ontstaan, en dat daarmee ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst wel degelijk sprake was van schaarste. Hierdoor was de weigering van de Inspecteur onterecht. Het arrest van het Hof werd vernietigd en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van cassatie, en de Inspecteur in de kosten van hoger beroep. Tevens werd het betaalde griffierecht vergoed aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt dat de 30%-regeling op de tandarts van toepassing is wegens schaarste aan tandartsen op de Nederlandse arbeidsmarkt.