Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:1134

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 november 2013
Publicatiedatum
7 november 2013
Zaaknummer
12/04500
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van onvoorwaardelijk recht op indexatie en bevoegdheid tot eenzijdige wijziging pensioenreglement

In deze zaak staat de uitleg van het pensioenreglement centraal, met name de vraag of er een onvoorwaardelijk recht op indexatie van pensioenaanspraken bestaat en of Delta Lloyd bevoegd is om het reglement eenzijdig te wijzigen.

De Vereniging van Gepensioneerden van de Delta Lloyd Groep en enkele individuele eisers hebben beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam dat eerder in het geschil oordeelde. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en het arrest van het hof voor het geding in feitelijke instanties.

De Hoge Raad overweegt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat het niet nodig is om de rechtsvragen nader te motiveren, omdat deze niet van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen.

De Hoge Raad veroordeelt de Vereniging c.s. tot betaling van de proceskosten in cassatie, begroot op een bedrag van € 2.999,34. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Vereniging van Gepensioneerden wordt verworpen en de kosten worden aan hen opgelegd.

Uitspraak

8 november 2013
Eerste Kamer
12/04500
LZ/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. VERENIGING VAN GEPENSIONEERDEN VAN DE DELTA LLOYD GROEP,
gevestigd te Amsterdam,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
1. DELTA LLOYD N.V.,
2. DELTA LLOYD SERVICES B.V.,
3. DELTA LLOYD VERZEKERINGEN N.V.,
4. DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,
5. DELTA LLOYD LEVENSVERZEKERING N.V.,
6. STICHTING PENSIOENFONDS DELTA LLOYD,
alle gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Vereniging c.s. en Delta Lloyd c.s.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak CV 08-7538 van de kantonrechter te Amsterdam van 1 juli 2008, 27 januari 2009, 30 juni 2009, 17 november 2009 en 9 maart 2010;
b. het arrest in de zaak 200.068.794/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 12 juni 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben de Vereniging c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Delta Lloyd c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten alsmede door mr. E. Lutjens, advocaat te Amsterdam, voor de Vereniging c.s.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Vereniging c.s. heeft bij brief van 1 oktober 2013 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Vereniging c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Delta Lloyd c.s. begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter, en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
8 november 2013.