ECLI:NL:HR:2013:1142

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 november 2013
Publicatiedatum
8 november 2013
Zaaknummer
12/05899
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2007

Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het gerechtshof te ’s-Gravenhage over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2007. Na behandeling van het cassatieberoep door de Hoge Raad, waarbij de Staatssecretaris van Financiën een verweerschrift indiende en belanghebbende een conclusie van repliek, oordeelde de Hoge Raad dat de ingebrachte middelen niet tot cassatie konden leiden.

De Hoge Raad vond geen aanleiding tot nadere motivering omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens werden er geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 8 november 2013 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Hiermee werd het beroep in cassatie ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het gerechtshof in stand bleef.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.

Uitspraak

8 november 2013
nr. 12/05899
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], Duitsland (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te ’s-Gravenhagevan 13 november 2012, nr. BK-11/00754, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te ’s-Gravenhage (nr. AWB 10/7948) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2007 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2013.