Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van de middelen voor het overige
5.Beslissing
25 juni 2013.
Hoge Raad
Op 4 mei 2010, tijdens de Nationale dodenherdenking op de Dam te Amsterdam, heeft verdachte opzettelijk de rust verstoord door luidkeels te schreeuwen "Ahhhh, Ahhhh" tijdens de twee minuten stilte. Dit veroorzaakte paniek onder de aanwezigen, die de kreet als een valse alarmkreet ervoeren.
Het hof achtte bewezen dat verdachte door deze handeling de rust heeft verstoord met valse alarmkreten, zoals bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Diverse verbalisanten en getuigen bevestigden de gebeurtenis en beschreven de schreeuw als een doodskreet die door merg en been ging.
Hoewel het hof een onjuiste uitleg gaf door te stellen dat het opzet niet gericht hoefde te zijn op de rustverstoring, leidde dit niet tot cassatie omdat uit de bewijsmiddelen bleek dat verdachte wel degelijk opzettelijk de rust heeft verstoord. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte wegens het opzettelijk verstoren van de rust tijdens de dodenherdenking door valse alarmkreten.