Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
25 juni 2013.
Hoge Raad
Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem van 6 april 2012. De raadsman van verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem bekrachtigd. Het arrest is gewezen door de raadsheren B.C. de Savornin Lohman (voorzitter), W.F. Groos en N. Jörg, en uitgesproken op 25 juni 2013. De uitspraak vond plaats tijdens een openbare terechtzitting.
Er zijn geen specifieke feiten, bewijsstukken of strafrechtelijke motieven besproken in dit arrest, aangezien het uitsluitend gaat om de beoordeling van het cassatieberoep en de bevestiging van het hofarrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem wordt bekrachtigd.