ECLI:NL:HR:2013:1403

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 november 2013
Publicatiedatum
22 november 2013
Zaaknummer
12/05542
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:98 BWBurgerlijk Wetboek Boek 6 98Burgerlijk Wetboek Boek 6 101
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid assurantietussenpersoon wegens onderverzekering inboedel privé-woning

Eisers, woonachtig in Zwitserland, stelden een assurantietussenpersoon aansprakelijk wegens het niet adequaat verzekeren van hun inboedel, waardoor sprake zou zijn van onderverzekering. De rechtbank Utrecht en het gerechtshof Amsterdam behandelden de zaak, waarbij het hof het beroep van eisers afwees. Tegen dit arrest stelde eisers cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof en behandelt het cassatieberoep. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep, waarop de Hoge Raad het beroep eveneens verwerpt. De klachten van eisers leiden niet tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigt daarmee de aansprakelijkheidstoetsing van de lagere rechter en veroordeelt eisers in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest is gewezen door de raadsheren Streefkerk, Drion en de Groot en in het openbaar uitgesproken door Loth.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aansprakelijkheid van de assurantietussenpersoon wegens onderverzekering wordt niet aangenomen.

Uitspraak

22 november 2013
Eerste Kamer
nr. 12/05542
RM/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
2. [eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats], Zwitserland,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. H.H.M. Meijroos,
t e g e n
[verweerder], zaakdoende onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 287399/HA ZA 10-1235 van de rechtbank Utrecht van 21 juli 2010 en 8 december 2010;
b. het arrest in de zaak 200.086.830 van het gerechtshof te Amsterdam van 5 juni 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 11 oktober 2013 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
22 november 2013.