ECLI:NL:HR:2013:1447

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 november 2013
Publicatiedatum
28 november 2013
Zaaknummer
13/00830
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake WWB-besluiten gemeente Amsterdam

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep betreffende besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam op grond van de Wet werk en bijstand (WWB).

De Hoge Raad beoordeelde de ingediende middelen en concludeerde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad oordeelde verder dat er geen gronden waren voor een veroordeling in de proceskosten.

Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

29 november 2013
Nr. 13/00830
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 15 januari 2013, nrs. 11/3410 WWB tot en met 11/3413 WWB, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Amsterdam (nrs. 10/5026, 10/5074, 10/5288 en 10/5076) betreffende besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: het College) ingevolge de Wet werk en bijstand.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2013.