Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:1473

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 november 2013
Publicatiedatum
29 november 2013
Zaaknummer
13/04232
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 352 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei en afwijzing verzoek aanhouding behandeling

De zaak betreft een verzoekster die in cassatie is gegaan tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 augustus 2013, waarin de beëindiging van haar schuldsaneringsregeling zonder schone lei werd bevestigd. Tevens werd een in appel gedaan verzoek tot aanhouding van de behandeling afgewezen op grond van artikel 352 van Pro de Faillissementswet.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 23 mei 2013 en het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt derhalve verworpen.

De uitspraak werd gedaan door de raadsheren C.A. Streefkerk (voorzitter), G. Snijders en G. de Groot en in het openbaar uitgesproken door raadsheer M.A. Loth op 29 november 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei wordt bevestigd.

Uitspraak

29 november 2013
Eerste Kamer
nr. 13/04232
EV/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. M.S.M. Dietz de Loos- Schrijver.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/07/08/379 R van de rechtbank Midden-Nederland van 23 mei 2013;
b. het arrest in de zaak 200.128.206/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 augustus 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
29 november 2013.