Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
3 december 2013.
Hoge Raad
De betrokkene stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 17 januari 2012, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen.
Namens de betrokkene diende mr. H.K. ter Brake een middel van cassatie in. De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee concludeerde tot verwerping van het beroep. De raadsman reageerde schriftelijk op deze conclusie.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was, aangezien het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het beroep verworpen en bleef het arrest van het Gerechtshof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.