Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
3 december 2013.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte, vertegenwoordigd door mr. H. Oldenhof, beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 oktober 2012. Het betreft een jeugdstrafzaak waarbij het cassatieberoep werd behandeld door de Strafkamer van de Hoge Raad.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de middelen van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Rechtsvordering (RO) was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft het beroep derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan op 3 december 2013 door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd.