Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
10 december 2013.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld voor mishandeling, poging tot mishandeling en vernieling. Het Hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte met een stang in de richting van het lichaam van het slachtoffer had geslagen, maar het opzet op zwaar lichamelijk letsel niet kon worden bewezen. Desondanks kwalificeerde het Hof dit als poging tot mishandeling, wat volgens art. 300 lid 5 Sr Pro niet strafbaar is.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte het onder 2 bewezenverklaarde feit als strafbaar heeft aangemerkt, omdat poging tot mishandeling volgens de wet niet strafbaar is. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het betrekking had op dit feit en de opgelegde straf daarvoor, en verwees de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting.
De Hoge Raad verwierp het beroep voor het overige en handhaafde de overige beslissingen. De straf van zes weken gevangenisstraf opgelegd door het Hof werd gemotiveerd door de ernst van de mishandeling, het letsel van het slachtoffer en de vernieling van goederen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 10 december 2013.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest voor het onderdeel poging tot mishandeling en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.