Uitspraak
Gerechtshof te ’s-Gravenhagevan 20 juni 2012, nr. BK-11/00189, betreffende aan
Stichting [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) opgelegde aanslagen in de onroerendezaakbelastingen.
Hoge Raad
De zaak betreft de waardebepaling van drie groepswoningen van Stichting [X] in de gemeente Veere voor de onroerendezaakbelasting 2009. De woningen zijn ingericht voor zorg aan mensen met dementie en lichamelijke beperkingen, waarbij bewoners eigen kamers met sanitaire voorzieningen hebben en gemeenschappelijke ruimtes delen.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en verminderde de aanslagen. Het geschil betrof of bepaalde gedeelten van de groepswoningen als woonruimten of als dienstbaar aan woondoeleinden moesten worden aangemerkt volgens artikel 220e van de Gemeentewet.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft getoetst of de gangen volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden, terwijl het criterium is dat zij in hoofdzaak dienstbaar moeten zijn. Verder kan de Hoge Raad niet toetsen of de gehele onroerende zaak als woning moet worden aangemerkt omdat dit een feitelijke beoordeling betreft.
De Hoge Raad verklaart het incidentele beroep gegrond, vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor een nieuwe behandeling met inachtneming van het arrest van 15 november 2013. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest deels en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van eerdere jurisprudentie.