ECLI:NL:HR:2013:1863

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 december 2013
Publicatiedatum
12 december 2013
Zaaknummer
13/03906
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbWet waardering onroerende zaken
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zwolle-Lelystad inzake een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag onroerende zaakbelastingen.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Het griffierecht is niet binnen deze termijn betaald. Vervolgens is belanghebbende in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het griffierecht niet tijdig was voldaan, maar de aangevoerde redenen werden niet als gegrond beoordeeld.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het reeds betaalde griffierecht wordt teruggegeven aan belanghebbende.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

13 december 2013
Nr. 13/03906
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Zwolle-Lelystadvan 25 november 2011, nr. Awb 11/1582, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van die Rechtbank van 27 oktober 2011 betreffende een beschikking op de grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag in de onroerende zaakbelastingen voor het jaar 2011 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] t e [Z].

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 19 september 2013, waarvan een ontvangstbevestiging is binnengekomen, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 24 oktober 2013 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 27 oktober 2013 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2013.
Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 112 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.