Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
17 december 2013.
Hoge Raad
De betrokkene stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 21 december 2011, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen hem was toegewezen.
Namens de betrokkene diende mr. V.P.J. Tuma een middel van cassatie in. De Advocaat-Generaal J. Wortel concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was, aangezien het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarop heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof in stand gelaten. Deze beslissing werd genomen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer tijdens een openbare terechtzitting op 17 december 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem blijft in stand.