Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
17 december 2013.
Hoge Raad
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij was veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar. De Advocaat-Generaal adviseerde vernietiging van het arrest, maar alleen met betrekking tot de strafduur, en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel niet tot cassatie kon leiden omdat het geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte. Wel stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Hierdoor werd besloten de opgelegde gevangenisstraf ambtshalve te verminderen van drie jaar naar twee jaar en acht maanden. Het overige beroep werd verworpen. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur en sprak dit uit in een openbare terechtzitting op 17 december 2013.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt ambtshalve verminderd van drie jaar naar twee jaar en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.