Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, dat op zijn beurt het hoger beroep behandelde tegen een beschikking van de Rechtbank te Breda inzake heffingsrente.
De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en een conclusie van repliek van belanghebbende, die echter te laat werd ingediend en daarom niet in behandeling werd genomen.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
Verder werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2013.