Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Arnhemvan 20 maart 2012, nrs. 11/00043 tot en met 11/00058, betreffende verzoeken om teruggaaf van omzetbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft bij aangiften over 2008 en 2009 verzocht om teruggaaf van omzetbelasting. Na uitblijven van beslissingen stelde zij beroepen in bij de Rechtbank, die deze ontvankelijk verklaarde en de Inspecteur opdroeg alsnog te beslissen.
Het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een ingebrekestelling, waarbij het oordeelde dat een eerder kort geding tegen de Staat niet als ingebrekestelling kon gelden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte ambtshalve afweek van de ontvankelijkheidsoordelen van de Rechtbank, omdat deze geen onjuiste rechtsopvatting vertoonden en de feitelijke grondslag niet werd bestreden. De dagvaarding tegen de Staat geldt als mededeling aan de Inspecteur, zodat de beroepen ontvankelijk zijn.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling, waarbij ook de proceskostenbeslissing moet worden heroverwogen. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.