ECLI:NL:HR:2013:368

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 augustus 2013
Publicatiedatum
6 augustus 2013
Zaaknummer
12/05502
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake aanslagen inkomstenbelasting 2005 en 2006

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 oktober 2012, waarin het hoger beroep tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2005 en 2006 werd behandeld.

De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie. Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie behoefde geen nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard en het arrest is op 9 augustus 2013 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Hoge Raad der Nederlanden
Derde Kamer
Nr. 12/05502
9 augustus 2013
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 11 oktober 2012, nr. 11/00712, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 10/1307) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2005 en 2006 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2013.