ECLI:NL:HR:2013:454

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 augustus 2013
Publicatiedatum
8 augustus 2013
Zaaknummer
13/00336
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 lid 2 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie inzake loonbelastingheffing over april en mei 2010

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden over de ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen over april en mei 2010. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep.

Uit de processtukken bleek dat het beroepschrift niet binnen de in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde termijn van zes weken was ingediend. De termijn eindigde op 27 december 2012, terwijl het beroepschrift pas op 18 januari 2013 bij de Hoge Raad was ontvangen. Ook was er geen sprake van tijdige indiening in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb.

De griffier van de Hoge Raad had belanghebbende nog de gelegenheid geboden om een toelichting te geven op de overschrijding, maar hier werd geen gebruik van gemaakt. Gezien deze omstandigheden verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Daarnaast werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.

Het arrest werd uitgesproken op 9 augustus 2013 door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), P. van Loon en M.A. Fierstra.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

Hoge Raad der Nederlanden
Derde Kamer
Nr. 13/00336
9 augustus 2013
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X], domicilie gekozen hebbende te
[Z], (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Leeuwardenvan 8 november 2012, nr. 11/00225, betreffende de van belanghebbende over de maanden april 2010 en mei 2010 op het loon ingehouden loonbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Blijkens een door de griffier van het Hof op de uitspraak van het Hof gestelde aantekening is een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 14 november 2012.
Blijkens een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening is dit beroepschrift op 18 januari 2013 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen.
Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb Pro gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 27 december 2012. Het is evenmin tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 7 maart 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Gelet op het hiervoor overwogene moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2013.