Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:52

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 juni 2013
Publicatiedatum
4 juli 2013
Zaaknummer
13/01618
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 350 lid 3 onder c Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling

In deze zaak stond de tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP) centraal. Verzoekster had tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld. De rechtbank Noord-Holland had eerder een vonnis gewezen in deze insolventiezaken.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van verzoekster verworpen. De klachten die in de middelen waren aangevoerd, konden niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De uitspraak bevestigt daarmee de rechtspraak omtrent de toepassing en beëindiging van de schuldsaneringsregeling. De Hoge Raad benadrukt hiermee de beperkte ruimte voor cassatie in dergelijke insolventiezaken en bevestigt het belang van de stabiliteit van de regeling.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

28 juni 2013
Eerste Kamer
nr. 13/01618
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. W. Römelingh.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
het vonnis in de zaak met het insolventienummer 14/10/276 R van de rechtbank Noord-Holland van 12 februari 2013;
het arrest in de zaak 200.122.181/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 maart 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
28 juni 2013.