ECLI:NL:PHR:2013:CA0472
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende arbeidsinspanningen ondanks medische klachten
Verzoekster was onderworpen aan een schuldsaneringsregeling die tussentijds werd beëindigd op verzoek van de bewindvoerder wegens onvoldoende nakoming van sollicitatie- en arbeidsverplichtingen. De rechtbank oordeelde dat verzoekster onvoldoende had aangetoond niet in staat te zijn voltijds te werken, ondanks medische verklaringen over haar klachten. Verzoekster werkte slechts deeltijds als kamermeisje en had onvoldoende gesolliciteerd naar ander werk.
In hoger beroep werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het hof vond dat verzoekster niet had bewezen gedeeltelijk arbeidsongeschikt te zijn en dat zij onvoldoende had onderzocht of ander, minder zwaar werk mogelijk was. Een door verzoekster overgelegd arbeidskeuringsverslag gaf volgens het hof geen aanleiding tot het aanwijzen van een deskundige.
In cassatie stelde verzoekster dat het hof had moeten overgaan tot het benoemen van een deskundige conform de Recofa-richtlijnen en dat zij slechts aannemelijk hoefde te maken dat zij gedeeltelijk arbeidsongeschikt was. De Hoge Raad verwierp deze klachten, stellende dat de Recofa-richtlijnen niet van toepassing zijn op het hof en dat het hof terecht oordeelde dat verzoekster onvoldoende had gesolliciteerd naar ander werk. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling blijft gehandhaafd.