Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
12 juli 2013.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 juli 2011. De raadsman van de verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, welke zijn ingediend bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden.
Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist, omdat de middelen geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad heeft daarop het beroep verworpen.
Het arrest is gewezen door de raadsheren J. de Hullu (voorzitter), H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 12 juli 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.