ECLI:NL:HR:2013:676

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 september 2013
Publicatiedatum
10 september 2013
Zaaknummer
12/00519 E
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in economische strafzaak

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in een economische strafzaak. De Advocaat-Generaal concludeerde tot strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden, maar constateerde ambtshalve dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden omdat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.

Dit leidde tot vermindering van de opgelegde geldboete van € 2.500,- naar € 2.250,- en de vervangende hechtenis van 35 naar 31 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen en de rest van het hofarrest bleef in stand.

Uitkomst: De geldboete werd verminderd naar € 2.250,- en de vervangende hechtenis naar 31 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

10 september 2013
Strafkamer
nr. 12/00519 E
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 8 februari 2011, nummer 20/001430-09, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.W. Rijkhold Meesters, advocaat te Schiphol, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde straf en tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde geldboete van € 2.500,- subsidiair 35 dagen hechtenis.

4.Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis;
vermindert de geldboete in die zin dat deze € 2.250,- bedraagt;
vermindert de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze 31 dagen beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op
10 september 2013.