ECLI:NL:HR:2013:695

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 september 2013
Publicatiedatum
12 september 2013
Zaaknummer
12/02495
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in Curaçaose contractzaak over uitleg material breach

In deze zaak stond de uitleg van een contractsbepaling over een zogenaamde 'material breach' centraal, waarbij Juno Holdings N.V. uit Curaçao cassatie instelde tegen Macquarie Bank Limited uit Australië.

De procedure in feitelijke instanties omvatte vonnissen van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het hof had op 21 februari 2012 een vonnis gewezen dat aan het arrest van de Hoge Raad was gehecht.

Juno stelde beroep in cassatie in tegen dit hofvonnis, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde Juno in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten aan de zijde van Macquarie werden vastgesteld op €6.118,34 aan verschotten en €2.200,- aan salaris. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Streefkerk, Heisterkamp en Polak en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Juno Holdings wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

13 september 2013
Eerste Kamer
nr. 12/02495
RM/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
JUNO HOLDINGS N.V.,
gevestigd op Curaçao,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
t e g e n
de rechtspersoon naar het recht van Australië MACQUARIE BANK LIMITED,
gevestigd in Australië,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Juno en Macquarie.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak AR 262/2008 van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 19 april 2010;
b. de vonnissen in de zaak AR 262/08 - H 7/11 - GH 33696 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 24 augustus 2010 en 21 februari 2012.
Het vonnis van het hof van 21 februari 2012 is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van het hof van 21 februari 2012 heeft Juno beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Macquarie heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor Macquarie toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.B.M.M. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Juno in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Macquarie begroot op € 6.118,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
13 september 2013.