Uitspraak
[X] h.o.d.n. [A]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Arnhemvan 30 oktober 2012, nr. 11/00669, betreffende een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft op 23 juni 2010 aangifte gedaan voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen, waarna op 29 juni 2010 een naheffingsaanslag werd opgelegd. Tegen deze aanslag en het betaalde bedrag werd bezwaar gemaakt, dat door de Inspecteur ongegrond werd verklaard. De Rechtbank te Arnhem verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond, en het Gerechtshof te Arnhem bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en voerde één middel aan. De Hoge Raad heeft dit middel beoordeeld aan de hand van een eerder arrest (nr. 12/00400) en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
De uitspraak van de Hoge Raad bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van lagere instanties en de rechtmatigheid van de naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.