Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 januari 2013, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Zutphen inzake de WOZ-beschikking voor het jaar 2010 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Verder zijn er geen gronden voor een veroordeling in de proceskosten. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof.
Deze uitspraak betreft een bestuursrechtelijke zaak met betrekking tot de waardering van onroerende zaken (WOZ) en belastingrecht.
Het arrest is op 27 september 2013 in het openbaar uitgesproken door raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld.