Uitspraak
[X] Beheer B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Arnhemvan 30 mei 2012, nr. 11/00042, betreffende een aanslag in de vennootschapsbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, enig aandeelhoudster van een vennootschap feitelijk gevestigd in de Nederlandse Antillen, werd geconfronteerd met een aanslag vennootschapsbelasting over 2004. Na bezwaar en beroep bij rechtbank en hof, die de aanslag handhaafden, stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de waardering van het belang in de dochtermaatschappij volgens artikel 28b, lid 1, Wet Vpb 1969. Het hof had geoordeeld dat de waardering inclusief ongerealiseerde koerswinsten op beleggingen moest plaatsvinden, en verwierp het beroep op artikel 49 VWEU Pro en het non-discriminatiebeginsel uit de Belastingregeling voor het Koninkrijk.
Belanghebbende stelde dat stille reserves in de bezittingen van de dochtermaatschappij buiten beschouwing moesten blijven, vergelijkbaar met waardering van beursgenoteerde beleggingsinstellingen, en dat de Nederlandse Antillen vergelijkbare fiscale regels hanteerden. De Hoge Raad verwierp deze klachten, stellende dat de wetsgeschiedenis en tekst van artikel 28b lid 1 geen uitzonderingen toelaten.
Het beroep op artikel 49 VWEU Pro faalde omdat dit artikel territoriaal niet ziet op de Nederlandse Antillen. De overige klachten werden eveneens ongegrond verklaard. De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het hof bevestigd.