Uitspraak
gevestigd te Voorburg,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
4 oktober 2013.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft Fefsa B.V. cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag in een faillissementsprocedure. De curator trad op namens meerdere failliete vennootschappen binnen een concern. De zaak betrof onder meer de vraag naar de toestand van het hebben opgehouden te betalen en de opeisbaarheid van rekening-courantvorderingen binnen een concern, met toepasselijkheid van artikel 6 lid 3 Faillissementswet Pro en bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek.
De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar de beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage en het hof. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Daarmee wordt het beroep van Fefsa verworpen. Dit arrest bevestigt de toepassing van de relevante faillissementsrechtelijke bepalingen en de summiere toetsing van de toestand van het hebben opgehouden te betalen binnen concernverhoudingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Fefsa B.V. wordt verworpen en het vonnis van het hof blijft in stand.