ECLI:NL:HR:2013:865

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 oktober 2013
Publicatiedatum
7 oktober 2013
Zaaknummer
13/01014
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 8:88 lid 1 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke zaak

Belanghebbende verzocht de Hoge Raad om herziening van het arrest van 7 december 2012. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit verzoek en stelde vast dat het verzoekschrift geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatte zoals vereist in artikel 8:88, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Gezien het ontbreken van deze vereiste elementen oordeelde de Hoge Raad dat het verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt en derhalve niet tot herziening kan leiden. Na overleg met de Procureur-Generaal werd het verzoek dan ook niet-ontvankelijk verklaard.

Het arrest werd op 4 oktober 2013 in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Schaap als voorzitter, samen met de raadsheren Van Loon en Fierstra, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Boussak-Leeksma.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

4 oktober 2013
nr. 13/01014
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 7 december 2012, nr. 12/03173.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, lid 1, van de Awb behelst.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2013.