ECLI:NL:HR:2013:899

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 oktober 2013
Publicatiedatum
8 oktober 2013
Zaaknummer
12/00265
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 327 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad stelt raadsman in gelegenheid tot schriftelijke reactie op nagezonden proces-verbaal

In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Een van de klachten betrof het ontbreken van de handtekening van de voorzitter op het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep, hetgeen volgens art. 327 Sv Pro vereist is.

De Advocaat-Generaal heeft zich tot de voorzitter van het Hof gewend, waarna een correct ondertekend proces-verbaal werd nagezonden. De Hoge Raad oordeelt dat de raadsman van de verdachte de gelegenheid moet krijgen om kennis te nemen van dit nagezonden processtuk en zich daar schriftelijk over uit te laten.

De Hoge Raad houdt de verdere beslissing aan totdat de raadsman zijn schriftelijke reactie heeft gegeven. Hiermee wordt het recht op hoor en wederhoor gewaarborgd en wordt voldaan aan de procesrechtelijke vereisten.

Deze tussenbeslissing benadrukt het belang van correcte processtukken en de mogelijkheid voor partijen om daarop te reageren voordat een definitieve beslissing in cassatie wordt genomen.

Uitkomst: De Hoge Raad houdt de verdere beslissing aan en stelt de raadsman van verdachte in de gelegenheid schriftelijk te reageren op het nagezonden proces-verbaal.

Uitspraak

8 oktober 2013
Strafkamer
nr. 12/00265
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 6 oktober 2011, nummer 23/000199-08, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.M. Rombouts, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het tweede middel

2.1.
Het middel klaagt dat het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 22 september 2011 in strijd met art. 327 Sv Pro niet door de voorzitter is ondertekend.
2.2.
Naar aanleiding van deze klacht heeft de Advocaat-Generaal zich tot de voorzitter van het Hof gewend. Dat heeft geleid tot de toezending van een door de voorzitter ondertekend proces-verbaal van genoemde terechtzitting.
2.3.
De raadsman van de verdachte behoort in de gelegenheid te worden gesteld van dit nagezonden processtuk kennis te nemen ten einde zich schriftelijk daarover te kunnen uitlaten voordat op het cassatieberoep verder wordt beslist.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
bepaalt dat de raadsman van de verdachte in de gelegenheid wordt gesteld zich binnen twee weken na de uitspraak van dit arrest schriftelijk uit te laten over voormeld door de Advocaat-Generaal aan de stukken van het geding toegevoegd proces-verbaal;
houdt elke verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 oktober 2013.