ECLI:NL:HR:2013:930

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 oktober 2013
Publicatiedatum
14 oktober 2013
Zaaknummer
13/02477
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad een verzoek tot herziening ingediend van een eerder arrest. De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Dit griffierecht is niet tijdig betaald. Vervolgens heeft de griffier belanghebbende in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor het niet tijdig betalen van het griffierecht. De door belanghebbende aangevoerde redenen in de brief van 15 augustus 2013 werden niet voldoende geacht om het verzuim te rechtvaardigen.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, tweede volzin, in verbinding met artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, verklaart de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. Er zijn geen gronden voor een veroordeling in de proceskosten. Het door belanghebbende betaalde griffierecht van €118 wordt teruggegeven.

De uitspraak is gedaan door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2013.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

11 oktober 2013
nr. 13/02477
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 15 maart 2013, nr. 12/05116, ECLI:NL:HR:BZ4453.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het

verzoek tot herziening
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 26 juni 2013 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht ter zake van het verzoek tot herziening en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 29 juli 2013, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 15 augustus 2013 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het verzoek tot herziening moet derhalve op grond van artikel 8:41, lid 6, tweede volzin, in verbinding met artikel 8:119, van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2013.
Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 118 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.