Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
15 oktober 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het beroep is behandeld door de Hoge Raad der Nederlanden op 15 oktober 2013.
Namens de verdachte heeft mr. Th.J. Kelder een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Daarbij heeft de Hoge Raad overwogen dat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink. Het beroep is verworpen, waarmee het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen, het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof blijft in stand.