Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het door de Officier van Justitie voorgestelde middel
3.Beoordeling van het namens de klager voorgestelde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
15 oktober 2013.
Hoge Raad
In deze zaak stond het beslag op de stof APAAN centraal, die door het Openbaar Ministerie (OM) als precursor voor synthetische drugs werd aangemerkt. De rechtbank had het klaagschrift van de beslagene gegrond verklaard en de teruggave van APAAN bevolen, omdat het OM onvoldoende feiten had aangedragen om de transacties als verdacht te kwalificeren en het onttrekken aan het verkeer van de stof als onwaarschijnlijk werd beschouwd.
Het OM stelde in de raadkamer dat APAAN en GBL precursoren zijn en dat het bezit zonder melding en vergunning in strijd is met de wet. Het OM voerde aan dat de transacties verdacht waren vanwege onlogische prijsstelling en verdachte klantgegevens. De rechtbank oordeelde echter dat APAAN slechts op een vrijwillige meldlijst stond en dat het enkele feit dat het een pre-precursor is, onvoldoende was voor onttrekking.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van de rechtbank niet zonder meer begrijpelijk was tegen de achtergrond van de door het OM aangedragen feiten en omstandigheden. Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking voor zover deze betrekking had op APAAN en verwees de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant voor herbeoordeling. Het beroep van de klager werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking over het beslag op APAAN en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor herbeoordeling.