ECLI:NL:HR:2013:975

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 oktober 2013
Publicatiedatum
17 oktober 2013
Zaaknummer
12/04722
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling tussentijdse beëindiging managementovereenkomst en toepasselijkheid ingebrekestelling

CTS Holding B.V. heeft cassatieberoep ingesteld tegen het eindarrest van het gerechtshof te ’s-Gravenhage dat ging over de tussentijdse beëindiging van een managementovereenkomst met [verweerster]. De kern van het geschil betrof de vraag of een tekortkoming vatbaar was voor herstel en of een ingebrekestelling vereist was.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank en arresten van het hof, die aan dit arrest zijn gehecht. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, en de Hoge Raad volgt deze conclusie zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Streefkerk, Drion en Snijders en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth. CTS wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van CTS wordt verworpen en CTS wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

18 oktober 2013
Eerste Kamer
nr. 12/04722
EE/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
C.T.S. HOLDING B.V.,
gevestigd te ’s-Gravenhage,
EISERES tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. M.E. Bruning, thans mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
[verweerster], handelend onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. G.R. den Dekker.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als CTS en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 350551/HA ZA 09-3591 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 23 december 2009 en 17 november 2010;
b. de arresten in de zaak 200.082.804/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 26 april 2011 (tussenarrest) en 29 mei 2012 (eindarrest).
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het eindarrest van het hof heeft CTS beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerster] mede door mr. M.P.A.J. Dings, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van CTS heeft bij brief van 20 september 2013 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt CTS in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
18 oktober 2013.